Wat is het verschil tussen DSC en DTA?
Volgens DIN 51 007 is differentiële thermische analyse (DTA) geschikt voor de bepaling van karakteristieke temperaturen, terwijl differentiële scanning calorimetrie (DSC) daarnaast de bepaling van calorische waarden zoals de smeltwarmte of kristallisatiewarmte mogelijk maakt.
Dit kan gedaan worden met twee verschillende meettechnieken: heat-flux differential scanning calorimetrie of power-compensated differential scanning calorimetrie. Omdat alle NETZSCH DSC-instrumenten gebaseerd zijn op het heat-fluxprincipe, wordt in de volgende paragrafen alleen deze methode in meer detail besproken.
Voor zowel DTA als heat-flux DSC is het primaire meetsignaal tijdens een meting het temperatuurverschil tussen een monster en een referentie in µV (thermische spanning). Voor DSC kan dit temperatuurverschil worden omgezet in een warmtestroomverschil in mW door middel van een geschikte kalibratie. Deze mogelijkheid bestaat niet voor een puur DTA-instrument.
